#

Dialoog met overheid en parlement essentieel voor netwerkuitbreiding Eurofiber

EF-inzetje_Enterprise

Het glasvezelnetwerk van Eurofiber wordt continu uitgebreid en verbeterd. Maar voordat er een schop in de grond gaat om nieuwe kabels aan te leggen, moet een behoorlijk aantal zaken geregeld zijn. Hans van Leeuwen, Network Counsel bij Eurofiber, weet er alles van. Achter de schermen is hij voortdurend bezig om de uitbreiding van het glasvezelnetwerk mogelijk te maken.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Dat gaat zeker op voor de aanleg van glasvezelverbindingen. “Denk bijvoorbeeld aan vergunningen voor het graafwerk. In Nederland zijn er circa 450 instanties die vergunningen op dat gebied verstrekken. Variërende van gemeenten tot provincies en Waterschappen”, legt Hans van Leeuwen uit. “Daaronder vallen ook nog aparte vergunningverlenende organisaties, zoals spoorbeheerder Prorail, Staatsbosbeheer en de diverse nutsbedrijven. Om de uitbreiding van ons glasvezelnetwerk soepel te laten verlopen, moeten wij met alle organisaties in gesprek blijven.” Normaliter vallen aanvragen van specifieke (graaf)vergunningen in het takenpakket van de aannemer die zijn werkzaamheden in opdracht van Eurofiber verricht. Toch blijft de rol van Eurofiber in dit proces ook heel belangrijk. Van Leeuwen vervolgt: “Je merkt dat niet iedere gemeente volledig op de hoogte is van hetgeen er speelt bij de aanleg van glasvezelverbindingen. Dat geldt ook voor bijkomende zaken, zoals het economisch belang van het netwerk voor de gemeente zelf. In zo’n geval helpt het als wij zelf met die betreffende gemeente in gesprek gaan. Wij leggen uit wat een dergelijk netwerk voor de gemeente kan betekenen en werken samen met de ambtenaren aan een passende oplossing ”waar iedereen tevreden mee is.”

Gesprekken met overheid en parlement

Van Leeuwen: “Eurofiber is niet alleen in dialoog met vergunningverlenende instanties. Wij praten ook met parlementsleden en vertegenwoordigers van ministeries. Dan gaat het om beïnvloeding en voorlichting. Ik zal een concreet voorbeeld geven: Er komt nog dit jaar een uitbreiding van de Wet Informatie-Uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netwerken (WIBON). Daarin gaat het onder andere om telecomnetwerken aangelegd voor 1 februari 2007, die niet in gebruik zijn op 1 januari 2018. De uitbreiding zou tot gevolg hebben dat die telecomnetwerken op verzoek pas verwijderd hoeven te worden op het moment dat er andere graafwerkzaamheden plaatsvinden en dus niet automatisch na tien jaar. De gemeente zou ons dan ook niet meteen precario belasting in rekening mogen brengen, indien de netwerken niet verwijderd worden. Wij proberen daar in gesprekken met de ministeries en Tweede Kamerleden momenteel de nodige nuancering in aan te laten brengen. Een glasvezelnetwerk is momenteel misschien nog onbenut, maar dat kan binnen afzienbare tijd anders zijn. Het zou kapitaalvernietiging zijn om zo’n netwerk te vroeg te verwijderen. Nog los van het feit dat het onnodige (graaf)overlast voor omwonenden en bedrijven veroorzaakt.”

laat reacties zien

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *