6 lessen uit de smart city praktijk

Next Regio Utrecht zet in op slimme stad en regio Prev Cloud en IoT zorgen voor explosieve groei glasvezel Next

Samenwerking en het delen van informatie is cruciaal voor een smart cityEr zijn een aantal cruciale succesfactoren voor een slimme stad. En die gaan vooral over samenwerking. Dat betekent samenwerking tussen afdelingen van de gemeente, tussen de gemeente en de provincie en samenwerking met inwoners en het bedrijfsleven.De praktijk van een smart city laat duidelijk een aantal lessen zien. Vincent van Mierlo, Segment Manager bij Eurofiber, is betrokken bij meerdere projecten binnen de gemeente en provincie Utrecht. Hij geeft een aantal van zijn ervaringen weer.

  • 1. Ontwikkel beleid als basis voor toekomstige ontwikkelingen

    Een eenduidig beleid binnen een stad zorgt voor kostenefficiëntie. Het leidt ertoe dat de juiste beslissingen worden genomen aangaande de infrastructuur, die zo voor meer dan één toepassing gebruikt kan worden. “Maar strategie en ontwikkeling liggen nu vaak bij individuele afdelingen, die het elk voor haar eigen aandachtsgebied doen”, aldus Van Mierlo. “Een afdeling verantwoordelijk voor cameratoezicht legt bijvoorbeeld haar eigen gesloten netwerk aan, zodat om privacy-redenen niemand anders erbij kan en mag.”

    Iedere afdeling baseert zo een case op haar eigen individuele situatie, en uiteindelijk wordt hetzelfde netwerk drie of vier keer aangelegd. “Want elke afdeling doet zelf de uitvraag in de markt, maar komt bij dezelfde partijen terecht. Daarom kun je dit beter gezamenlijk doen.”

    Toepassingen kunnen namelijk prima gescheiden blijven en toch van dezelfde glasvezelverbinding gebruikmaken. “Daarmee is een grote kostenbesparing mogelijk, zodat budget voor andere projecten overblijft. Om tot een gezamenlijke oplossing te komen, is het nodig dat je met elkaar praat, dat je samenwerkt en een eenduidig beleid ontwikkelt. Dan heb je beter voor ogen wat het doel is. Alles wat je vervolgens doet en beslist, moet passen in dit beleid.”

    2. Deel informatie met andere afdelingen

    Het is dus essentieel dat afdelingen informatie delen. “Als de visie bekend is en er ligt een beleid voor de slimme stad, dan kun je ook bij een collega van een andere afdeling aankloppen om te informeren of er misschien al een digitale infrastructuur aanwezig is, zodat je er gebruik van kunt maken”, vervolgt Van Mierlo. Dan hoef je helemaal geen eigen netwerk aan te leggen. “Voor de provincie Utrecht is bijvoorbeeld een netwerk geleverd die in eerste instantie bedoeld was voor verkeersregelinstallaties. Vervolgens zijn er camera’s geplaatst, waarmee men kan zien wat er op kruisingen gebeurt en om het verkeer te tellen. Ook het aansturen van de verlichting gebeurt nu via deze verbindingen.”

    Dat zijn dus al drie toepassingen die van hetzelfde netwerk gebruikmaken. “Door er met elkaar over te praten en oplossingen te integreren, wordt de infrastructuur efficiënter ingezet en bespaar je kosten.”

    3. Wacht niet te lang met upgraden

    Door te lang aan verouderde technologie vast te houden, loop je het risico dat je plotseling met de rug tegen de muur staat en gedwongen wordt om overhaaste beslissingen te nemen. “Zo werd bijvoorbeeld voor het verbinden van meerdere verkeersregelsystemen gebruik gemaakt van een kopernetwerk met bepaalde apparatuur”, licht Van Mierlo toe. “Maar die apparatuur werd niet meer ondersteund en was ook niet meer leverbaar.”

    Vervolgens werd door blikseminslag de apparatuur in één klap onbruikbaar. Verkeerslichten blijven werken, maar de installatie is niet meer op afstand te beheren of aan te sturen. “Vooraf waren deze risico’s bekend, maar het budget was ontoereikend om de gewenste oplossing te implementeren en daarom bleef een beslissing uit en vroegtijdige aanpassing uit. Nu stond men voor het blok.” Tijd voor een weloverwogen keuze was er niet. Men moest voor een snelle maar minder goede oplossing gaan.

    4. Kijk naar de lange termijn

    Door tijdig met een upgrade te beginnen, heb je tijd om informatie in te winnen, naar alternatieven te kijken en gefaseerd over te gaan, zonder dat je met de rug tegen de muur staat. Ook hier is het weer belangrijk dat afdelingen samenwerken en informatie uitwisselen. Van Mierlo: “Want anders is de kans groot dat een netwerk wordt aangelegd dat perfect werkt voor de ene toepassing, maar niet geschikt is voor andere toepassingen.” En als er meerdere netwerken naar dezelfde plek moeten worden aangelegd, lopen de kosten hoog op.

    Samenwerking tussen afdelingen, het delen van informatie en het opstellen van een eenduidig beleid zijn daarom wederom van groot belang. “Zodat je kunt werken aan een onderliggend netwerk dat toekomstvast is en waar iedereen gebruik van kan maken. Samen heb je ook meer budget, zodat er meer mogelijk is.” Voor de verkeersregelinstallaties werd noodgedwongen voor een snelle tussenoplossing gekozen. “Daarna moet men alsnog een toekomstvaste oplossing onderzoeken en implementeren. Uiteindelijk ben je dan twee keer bezig en veel duurder uit.”

    5. Durf samen te werken met leveranciers

    Wees ook niet bang om informatie te delen en samen te werken met marktpartijen. Van Mierlo: “Overheden vertrouwen grotendeels op eigen kennis over hoe een netwerk moet worden aangelegd.” Een infrastructuurleverancier wordt er te laat bij betrokken. “Daarnaast bestaat het idee dat een potentiële marktpartij moet worden uitgesloten van een aanbesteding als er vooraf informatie is uitgewisseld. Maar dat is niet correct. In een voortraject mag een gemeente gewoon informatie delen en bijvoorbeeld een marktconsultatie doen.”

    Op die manier krijg je goede informatie vanuit de markt over de mogelijkheden en kan je een weloverwogen keuze maken. “Zolang je een eenduidig beleid hebt, hoef je niet bang te zijn dat de oplossing de verkeerde richting uitgaat door er in een vroeg stadium leveranciers bij te betrekken. Als iets past binnen het beleid, heb je een goede oplossing te pakken. Zelfs als je snel moet beslissen. De denkwijze en beslissingen komen dan immers voort uit het beleid dat je samen met elkaar hebt opgesteld.”

    6. Ontwikkel een eenduidig infrastructuurbeleid voor de hele stad

    Complicatie is wel dat er steeds meer partijen en leveranciers nodig zijn om te komen tot een toekomstvaste infrastructuur. Iedereen heeft een stukje van de puzzel in handen, niemand kan aangeven hoe de totaaloplossing eruitziet. “Daarom moeten we dit samen aanpakken”, benadrukt Van Mierlo nogmaals. “Marktpartijen, gemeenten en overheid. Dat zijn we nog niet zo gewend, we willen nog steeds te veel zelf doen.”

    Praat dus met elkaar, durf samen te werken. “Kijk ook eens hoe andere slimme steden het doen. Denk na wat je wil met de stad en welke oplossingen je daarvoor nodig hebt.” Bepaal vanuit die visie een eenduidig infrastructuurbeleid. “Ook Eurofiber wil daar graag een rol in spelen. Steeds vaker brengen wij partijen bij elkaar om de discussie op gang te brengen. Waar ben je naar op zoek, wat is je doel? We bekijken de situatie volledig onafhankelijk en zoeken samen naar de beste oplossing.”

Meer weten over smart cities?

Wij vertellen u graag meer over smart cities en helpen u met uw uitdagingen op het gebied van connectiviteit.

Neem contact met mij op

Gerelateerd aan dit artikel

Artikel
Connectiviteit als basis voor een smart city

In 2050 zal 70% van de wereldbevolking in steden leven. Nederland zal tegen die tijd uitgegroeid zijn tot één grootstedelijk gebied. Deze ontwikkeling brengt grote economische groei met zich mee, maar zorgt ook voor maatschappelijke uitdagingen.

Dit is een Lifeline artikel van Eurofiber. Het Lifeline platform informeert en inspireert op het gebied van digitale connectiveit. Eurofiber.nl/lifeline.