Eurofiber 2016-09-27T14:05:49Z https://www.eurofiber.nl/feed/atom/ WordPress Eurofiber <![CDATA[Vijf nachtmerries van een incidentmanager]]> https://www.eurofiber.nl/?p=2975 2016-08-18T11:51:48Z 2016-08-09T12:47:03Z We kunnen niet meer zonder internet, maar soms komt het voor dat het netwerk plat ligt en een organisatie niet verder kan werken. Soms ligt de oorzaak van zo’n storing bij een organisatie zelf, maar het komt ook voor dat de storing veroorzaakt wordt door het defect raken van de fysieke infrastructuur. Toch raakt Pieter […]

The post Vijf nachtmerries van een incidentmanager appeared first on Eurofiber.

]]>

We kunnen niet meer zonder internet, maar soms komt het voor dat het netwerk plat ligt en een organisatie niet verder kan werken. Soms ligt de oorzaak van zo’n storing bij een organisatie zelf, maar het komt ook voor dat de storing veroorzaakt wordt door het defect raken van de fysieke infrastructuur. Toch raakt Pieter van Genderen, verantwoordelijk voor het beheer van de vijfentwintigduizend kilometer glasvezel van Eurofiber, niet in paniek van een grote storing. “Dat is ons werk, daar worden we niet zenuwachtig van.” Wat zijn dan wel nachtmerries van een incidentmanager?

Uitval van het core netwerk

“Mijn grootste nachtmerrie is dat er zaken down gaan die betrekking hebben op ons core netwerk. Als er bijvoorbeeld een core router uitvalt, is het alle hens aan dek, omdat we weten dat we dan een deel van onze redundantie kwijt zijn. Er is dan niet direct iets merkbaar voor klanten, maar ik realiseer me dat we dan kwetsbaarder zijn. Als er vervolgens nóg een core router zou uitvallen, krijg je een domino-effect waar ik niet aan wil denken. Gelukkig is dit nog nooit voorgekomen.”

Afhankelijkheid van derden

“Als er iets plat gaat, is het de kunst om dat zo relaxt mogelijk op te lossen, maar dat lukt niet altijd. Vaak sturen we een externe partij aan om een storing op te lossen, zoals een aannemer, maar het kan voorkomen dat zij niet direct capaciteit hebben om op dat moment mensen naar de locatie te sturen, omdat ze bijvoorbeeld al bezig zijn op een andere storing. Ook al staat het in de SLA die we met de leverancier hebben, als ze geen mensen beschikbaar hebben, moeten we iets anders verzinnen. Nu selecteren we onze aannemers op geografische nabijheid, dus als de dichtstbijzijnde aannemer onverhoopt geen mensen heeft, dan kunnen we altijd uitwijken naar een andere aannemer, maar die moet van verder weg komen, dus dat is niet ideaal. Die afhankelijkheid van externe oplosgroepen die uit het hele land moeten komen, maakt me wel eens zenuwachtig. Gelukkig komt het vrijwel nooit voor dat het mis gaat.”

Storing duurt langer dan noodzakelijk

“Deze hangt samen met de vorige. Klanten hebben over het algemeen begrip voor een storing. Ze begrijpen dat er onverhoopt wel eens iets mis kan gaan. Waar ze, terecht, geen begrip voor hebben, is wanneer het oplossen van de storing onnodig lang duurt of als ze onvolledig worden voorgelicht over de storing en de oplossing.”

Storing lijkt onoplosbaar

“Tot ons team behoren gekwalificeerde medewerkers die niet alleen communicatief vaardig zijn, maar ook de nodige technische kennis hebben om onze klanten goed te woord te staan. Als zij me bellen om te zeggen dat ze echt niet weten waardoor een storing optreedt, word ik zenuwachtig. Als de storing vervolgens bij een netwerkengineer of -architect op zijn bureau komt en ook hij komt er niet uit in samenwerking met een leverancier, dan heb ik de niet-benijdenswaardige taak om met de servicemanager naar een klant af te reizen om te vertellen dat we het niet weten. Dat heb ik nog niet meegemaakt in mijn loopbaan bij Eurofiber, en ik hoop dat dat zo blijft.”

Als storingen door menselijk falen komen

“Overal waar mensen werken, worden wel eens fouten gemaakt. Dat is bij ons niet anders. Daar hebben klanten ook begrip voor. We hebben een enorm netwerk en daar werken zo’n 1200 mensen aan. Niet alleen onze eigen mensen, maar ook aannemers en onderaannemers. Maar ik zie er tegenop dat ik in een ‘reason for outage’, een storingsrapportage, moet concluderen dat een storing door menselijk handelen komt. Gelukkig hebben we een certificeringsprogramma, waarmee we de kans op menselijk falen zoveel mogelijk hebben verkleind.”

Gelukkig zijn niet alle storingen ook daadwerkelijk het gevolg van schade aan het fysieke netwerk, storingen kunnen ook het gevolg zijn van foutieve configuraties, verkeerd aangesloten kabels aan een router of een verkeerd ingetoetst commando, zegt van Genderen. “De meeste meldingen die we binnenkrijgen kunnen we telefonisch afhandelen en blijken aan de kant van de klant te zitten. Het voordeel van zo weinig incidenten is dat we de tijd hebben om de echte storingen die zich wel voordoen perfect op te lossen. Mijn visie is dat ons Network Management Center een vijfsterrenhotel is, waar klanten een premium behandeling krijgen.”

The post Vijf nachtmerries van een incidentmanager appeared first on Eurofiber.

]]>
0
Eurofiber <![CDATA[The Things Network en Eurofiber willen iedereen en alles verbinden]]> https://www.eurofiber.nl/?p=2917 2016-08-26T09:53:42Z 2016-08-04T12:12:09Z Naar een slimme maatschappij door open IoT-netwerken Van de slimme thermostaat thuis tot de aansturing van verkeerslichten en vuilnisbakken die zelf aan de gemeente doorgeven dat het tijd is om geleegd te worden. Het zijn maar een paar voorbeelden van The Internet of Things (IoT). Als het aan de – van origine Nederlandse organisatie – […]

The post The Things Network en Eurofiber willen iedereen en alles verbinden appeared first on Eurofiber.

]]>

Naar een slimme maatschappij door open IoT-netwerken

Van de slimme thermostaat thuis tot de aansturing van verkeerslichten en vuilnisbakken die zelf aan de gemeente doorgeven dat het tijd is om geleegd te worden. Het zijn maar een paar voorbeelden van The Internet of Things (IoT). Als het aan de – van origine Nederlandse organisatie – The Things Network (TTN) ligt, kan iedereen aanhaken op de populaire IoT-trend. Voor Eurofiber een goede reden om hier zijn steun aan te verlenen: het sluit immers aan op de bedrijfsfilosofie waarin open netwerken innovatie aanjagen. Een gesprek met Wienke Giezeman, grondlegger van TTN: ‘We willen voor een disruptie zorgen in de manier waarop de wereld draadloos communiceert.’

Of het nu om consumenten of de zakelijke markt gaat: IoT maakt een grote opmars door. Om de diverse slimme apparaten en sensoren met het internet te verbinden, is een goede netwerkinfrastructuur van essentieel belang. Daar wil The Things Network een grote rol in spelen door wereldwijd voor iedereen toegankelijk IoT-netwerken uit te rollen. Die infrastructuur is gebaseerd op de LoRaWan-standaard, een speciale netwerktechnologie bedoeld voor draadloze IoT-internetverbindingen.

Open netwerk: gezamenlijke filosofie Eurofiber en TTN

Als het aan TTN-oprichter Wienke Giezeman ligt, is straks in zo’n beetje alle steden ter wereld een open IoT-netwerk ‘up & running’. Het moge duidelijk zijn: de ambitie van Giezeman is groot. Hij wil met zijn The Things Network-initiatief wereldwijd LoRa-netwerken uitrollen in diverse steden. En dat zo laagdrempelig mogelijk. Het liefst ook nog zo snel mogelijk. Dat die drie zaken goed verenigbaar zijn, blijkt wel uit het feit dat TTN in 2015 al binnen zes weken tijd een LoRa-netwerk in Amsterdam wist op te bouwen. Ruim een jaar verder hebben zich wereldwijd ruim 3400 mensen achter het TTN-initiatief geschaard en zijn er op die wijze ruim 100 LoRa-netwerken verspreid over 40 landen opgezet.

De jongste TTN-actie is de aanleg van een open IoT-netwerk in Utrecht. Eurofiber ondersteunt dat initiatief met raad en daad, vanuit zijn Smart Society-visie. Eurofiber stelt het LoRa-netwerk in Utrecht beschikbaar. Zo wordt de ontwikkeling van duurzame slimme toepassingen en applicaties gestimuleerd én versneld. Doordat de toepassingen vanuit de plaatselijke community worden ontwikkeld, dragen zij direct bij aan de verbetering van het leef- en onderneemklimaat in Utrecht. En daar profiteren de inwoners weer van.

Even terug in de tijd. Hoe kwam Wienke Giezeman er bij om TTN op te richten?

‘In mei 2015 sprak ik iemand die me over LoRa en de capaciteit ervan vertelde. Met een enkele router konden tienduizend apparaten verbonden worden met een reikwijdte van tien kilometer. De bandbreedte is laag waardoor de apparaten heel lang mee zouden kunnen. Ik was daar zo van onder de indruk dat ik samen met mijn compagnon Johan Stokking bedacht dat we een netwerk wilden bouwen met die technologie. Op dezelfde wijze waarop ooit het internet is ontstaan – dus door lokale netwerken met elkaar te koppelen om zo één groot netwerk te bereiken. Nadat wij met crowdfunding in de zomer van 2015 het nodige investeringskapitaal hebben opgehaald (300.000 euro, red.), zijn wij aan de slag gegaan. Het eerste netwerk hebben wij in zes weken tijd in Amsterdam uitgerold. Vervolgens zijn we dat op meerdere plaatsen gaan doen. Inmiddels hebben zo’n honderd steden in de hele wereld zo’n Things-netwerk.’

Welke steden in Nederland hebben al een Things-netwerk?

‘Dat zijn er inmiddels al meer dan dertig, onder andere Maastricht, Eindhoven, Rotterdam, Den Haag, Enschede, Zeewolde, Amsterdam, Lelystad, Zwolle, Assen, Sneek en Groningen. We werken momenteel aan het uitrollen van een LoRa-netwerk in Utrecht.

Hoe doen jullie dat, die uitrol in Utrecht?

‘Daarvoor werken we samen met verschillende partijen, zoals Eurofiber, Economic Board Utrecht en de Hogeschool van Utrecht. Wat bijzonder is aan het netwerk in Utrecht, is dat we daar nog nadrukkelijker bedrijven en inwoners gaan betrekken bij het bedenken van applicaties voor The Things Network. Zo gaan we verschillende workshops geven, zowel vanuit business oogpunt als vanuit technisch oogpunt. In die workshop laten we de mogelijkheden van het netwerk zien in een case waarbij we ondergrondse afvalcontainers gaan koppelen op het netwerk. Zodra deze containers vol zitten, geven ze een seintje, waarna de gemeente kan zorgen dat ze geleegd worden. Dat moet de gemeente efficiëntie brengen en dus besparingen opleveren. We werken ook mee aan de Campus Party die in mei wordt georganiseerd in de Jaarbeurs. Daar laten we studenten verschillende toepassingen bedenken en uitwerken voor het Things-netwerk.’

Wanneer is het Utrechtse Things-netwerk klaar voor gebruik?

‘Dat is een heel lastige vraag om te beantwoorden, aangezien bewoners en bedrijven van een stad het netwerk zelf moeten bouwen met de gateways. Samen met Utrecht verzorgen we met tien gateways voor de aftrap. Doordat we daarna actief aan de slag gaan met de workshops en de Campus Party, verwacht ik wel dat we tegen het einde van de herfst een operationeel netwerk hebben. Utrecht is voor ons een beetje een verhaal apart. Normaal gesproken zijn we minder betrokken bij lokale initiatieven, maar hier willen we de komende maanden heel veel leren door nauwer betrokken te zijn. We willen leren hoe we een solide ecosysteem kunnen bouwen van overheden, bedrijven en developers. Uiteindelijk is onze missie een wereldwijd operationeel netwerk.’

Wat kunnen bedrijven met The Things Network?

‘Van alles. Zo is er in de Britse universiteitsstad Oxford een applicatie gebouwd op het netwerk waarmee de waterhoogtes in de grachten worden gemeten. In Japan kunnen ze op verschillende plaatsen de radioactiviteit meten, maar ook in ons eigen land zijn er al verschillende voorbeelden. Met de inhoudelijke toepassing van het netwerk houden wij ons als organisatie minder bezig, daar ligt onze kracht niet. Wij zorgen ervoor dat er een netwerk beschikbaar is, en we bieden workshops met een uitgewerkt voorbeeld van de ondergrondse containers, maar het is vervolgens aan bedrijven zelf om met een ingenieuze toepassing te komen.’

Kan ieder bedrijf gebruikmaken van The Things Network? En wat kost dat?

‘Ja, het netwerk is voor iedereen, bedrijf én consument, beschikbaar. Het enige dat je nodig hebt, is een zender en een sensor van zo’n vijftig euro. Je kunt er als bedrijf ook voor kiezen om een gateway te plaatsen. Deze kost circa driehonderd euro. Daarmee breidt het netwerk uit en wordt het onderdeel van het grotere LoRa-netwerk. Voor bedrijven geldt dat er nog ongeveer vijftig tot honderd euro per maand aan cloudkosten bovenop komen voor bijvoorbeeld het hosten van de applicaties die ze op het LoRa-netwerk draaien. Consumenten kunnen meedoen als communitylid. Er zijn ontwikkelsets beschikbaar waarmee een prototype van een sensor kan worden gebouwd, die het mogelijk maakt om devices met het Things-netwerk te verbinden. Denk aan een fiets, boom of boot, alles is mogelijk.’

Hoe verschilt The Things Network van de LoRa-netwerken van een operator als KPN?

‘KPN biedt LoRa aan als internet service provider. Dat betekent dat je een standaardproduct krijgt waarop je zelf geen invloed kunt uitoefenen. Bij The Things Network bouw je zelf het netwerk waardoor je zelf de kwaliteit kunt bepalen. Als je te weinig bereik hebt, plaats je een gateway bij. Je bent in control en betaalt nooit te veel of te weinig. Daarnaast heb je controle over je eigen security-niveau. Bij KPN ontsleutelen ze jouw data die je vervolgens via een speciale portal kunt ophalen. Veel organisaties, zoals ziekenhuizen, moeten voldoen aan strenge compliance-eisen op het gebied van privacy en veiligheid. Dan is het niet toegestaan dat een derde partij jouw data ontsleutelt. Bij The Things Network kan het netwerk zo worden gebruikt dat alleen jij over de decryptiesleutel van jouw eigen data beschikt. Dat maakt een organisatie lean en flexibel in security.’

Giezeman geeft een voorbeeld van hoe een organisatie flexibel verschillende security-componenten kan inzetten. ‘Zo zet je je fiets met een slot op slot, maar gebruik je voor je huis drie sloten. Soms log je op een website wel met je Facebook-account in en soms niet. Het is een afweging hoe veilig je iets wilt hebben. Diezelfde keuzevrijheid biedt The Things Network ook.’

Wat is jullie ultieme droom?

‘We willen een paradigmaverschuiving bewerkstelligen in de manier van draadloos communiceren op dezelfde manier als Airbnb dat voor de hotelsector deed en Uber voor de taxibranche. Die business modellen zorgen ervoor dat mensen van consumers naar prosumers bewegen. ‘Prosumer’ is een term die aangeeft dat we als mens niet alleen maar consumeren, maar in toenemende mate ook produceren. Op dit moment produceren we bijvoorbeeld al bijna meer entertainment dan we consumeren. We willen dat iedereen prosumer wordt op het gebied van dataconnectiviteit en dat daardoor een heel robuust, democratisch, netneutraal en gedecentraliseerd internet ontstaat.’

The post The Things Network en Eurofiber willen iedereen en alles verbinden appeared first on Eurofiber.

]]>
0
Eurofiber <![CDATA[Pokémon Go rage een perfecte mogelijkheid voor cybercriminelen]]> https://www.eurofiber.nl/?p=2941 2016-07-21T10:57:00Z 2016-07-21T10:53:40Z Wie heeft het nog niet op zijn smartphone staan? In een paar weken tijd is Pokémon Go uitgegroeid tot een ware rage. Het beeld van rondstruinende volwassenen door de straat op zoek naar Pokémon is inmiddels een vertrouwd beeld. Voor cybercriminelen is de rage de perfecte mogelijkheid om zich toegang te verschaffen tot alle mogelijke […]

The post Pokémon Go rage een perfecte mogelijkheid voor cybercriminelen appeared first on Eurofiber.

]]>

Wie heeft het nog niet op zijn smartphone staan? In een paar weken tijd is Pokémon Go uitgegroeid tot een ware rage. Het beeld van rondstruinende volwassenen door de straat op zoek naar Pokémon is inmiddels een vertrouwd beeld. Voor cybercriminelen is de rage de perfecte mogelijkheid om zich toegang te verschaffen tot alle mogelijke data op uw smartphone.

De officiële Pokémon Go app van Niantic werd vanwege de beveiliging en privacylekken al bekritiseerd. Door de overweldigende groep gebruikers is Pokémon Go voor cybercriminelen ook een ware goudmijn geworden. Honderden apps zijn inmiddels door deze cybercriminelen opgezet met daarin tips en tricks voor het spelen van het spel. Na installatie van deze dergelijke apps blijkt dat de criminelen zich toegang verschaffen tot contactenlijsten, foto’s kopiëren en trachten inloggegevens van sociale media en e-mail accounts te achterhalen. Sommige apps gaan zelfs zo ver dat zij de microfoon en camera van de smartphone kapen.

Met de trend dat zakelijke smartphones steeds vaker privé worden gebruikt is het niet gek om te denken dat dergelijke apps worden geïnstalleerd op het zakelijke toestel. Dit heeft gevolgen voor de security van het bedrijf, bijvoorbeeld het op straat komen te liggen van vertrouwelijke e-mails. Als securityteam is het goed om de medewerkers bewust te maken van de gevaren bij het downloaden van dergelijke apps.

Wees oplettend

Hoe goed een organisatie zijn beveiliging ook inricht, de praktijk leert dat cybercriminelen altijd een stap verder zijn. Versleutel zoveel mogelijk op het eigen netwerk van de organisatie. Met het stijgende aantal cyberaanvallen is het geen kwestie of, maar wanneer hackers proberen uw systemen binnen te komen. Met de juiste keuzes voor infrastructuur, Encryptie en beleid kunt u een hack wellicht niet voorkomen, maar u kunt wel zorgen voor de juiste maatregelen als die situatie zich voordoet.

The post Pokémon Go rage een perfecte mogelijkheid voor cybercriminelen appeared first on Eurofiber.

]]>
0
Eurofiber <![CDATA[Maximale beveiliging van data en netwerk met encryptie]]> https://www.eurofiber.nl/?p=2924 2016-07-19T07:39:40Z 2016-07-19T07:39:40Z Heeft u uw nieuwe, passende infrastructuur in gebruik, dan is het zaak om te kijken hoe u de veiligheid kan verbeteren. Voor een veilige infrastructuur is encryptie noodzakelijk. Maar niet alleen voor uw infrastructuur heeft u encryptie nodig, ook voor de veiligheid van uw data. We leggen u graag uit hoe u zowel uw netwerk […]

The post Maximale beveiliging van data en netwerk met encryptie appeared first on Eurofiber.

]]>

Heeft u uw nieuwe, passende infrastructuur in gebruik, dan is het zaak om te kijken hoe u de veiligheid kan verbeteren. Voor een veilige infrastructuur is encryptie noodzakelijk. Maar niet alleen voor uw infrastructuur heeft u encryptie nodig, ook voor de veiligheid van uw data. We leggen u graag uit hoe u zowel uw netwerk als uw data goed versleuteld.

Wat is encryptie?

Encryptie versleutelt data, zodat, als het onverhoopt verloren of gestolen wordt, kwaadwillenden er niets aan hebben. Ze kunnen de data immers niet ontcijferen. De vernieuwde Wet Bescherming Persoonsgegevens bepaalt dat organisaties verplicht zijn hun data optimaal te beschermen. U moet kunnen aantonen dat uw data op het moment van verlies of diefstal was beschermd. Dit kan met behulp van encryptietools.

Encryptie op het netwerk

Encryptie op het netwerk betekent dat alle data die over het netwerk wordt getransporteerd zal worden, eerst versleuteld wordt. Als een kwaadwillende een zwakke plek in de verbinding ontdekt of ergens de kabel opgraaft, heeft hij niks aan de data zonder de sleutel.

Data-encryptie

Data-encryptie betekent dat de data versleuteld wordt opgeslagen op een harddisk. Mocht een kwaadwillende er met de harddisk vandoor gaan, dan kan hij er niets mee zonder de encryptiesleutel.

Encryptie op het netwerk

Bij encryptie op het netwerk wordt allereerst een encryptiesleutel bedacht, oftewel een codewoord. Een goede sleutel die regelmatig wisselt en verschillende bICT-lengtes heeft is cruciaal. Hoe langer de bICT-lengte, des te lastiger te kraken.

Het codewoord wordt toegevoegd aan een algoritme, zoals AES (Advanced Encryption Standard) en het Amerikaanse FIPS (Federal Information Processing Standard). Het algoritme zorgt ervoor dat de data op een bepaalde manier door elkaar gehusseld wordt. Dit wordt zo gedaan, dat het bijna onmogelijk is om ontvreemde data te ontcijferen.

Vervolgens wordt de encryptiesleutel uitgewisseld met de apparatuur op de verbinding. Ook wordt er een tijdslimiet bepaald waarop de sleutel veranderd moet worden. Meestal is dit om de minuut. Dus: mocht een kwaadwillende de sleutel achterhalen, dan is deze na een minuut alweer anders en wordt de data alweer op een andere manier door elkaar gehusseld.

Verschillende encryptiestandaarden voor het netwerk

Advanced Encryption Standard (AES) is de opvolger van de computerversleutelingstechniek Data Encryption Standard (DES). Eind jaren negentig bleek DES niet meer te voldoen en werd er een wereldwijde wedstrijd uitgeschreven voor een nieuwe standaard. Het Rijndael-algoritme won, vanwege de combinatie van veiligheid, prestatie, efficiëntie, eenvoudig en flexibiliteit.

RSA (naar de bedenkers Rivest, Shamir en Adleman) is een asymmetrisch encryptiealgoritme dat in 1977 werd ontworpen. De veiligheid van RSA is gebaseerd op het probleem van de ontbinding in factoren (bij heel grote getallen). Het gevaar voor RSA is dat nieuwe ontwikkelingen op dit gebied het algoritme onbruikbaar zouden kunnen maken. De Federal Information Processing Standard (FIPS) is een Amerikaanse standaard voor encryptie. Het zijn normen voor de wijze waarop bepaalde informatie in informatiesystemen moet worden vastgelegd. Ze zijn bedoeld voor gebruik door overheidsinstanties en contractpartners van de overheid.

Hardwarematige encryptie versus softwarematige encryptie

Encryptie op het netwerk kan op verschillende manieren. Wat de beste optie is voor uw organisatie, is afhankelijk van de toepassing van de verbinding. Zo kan het hardwarematig worden toegevoegd door encryptors in de belichtingsapparatuur. Hardwarematige encryptie zorgt ervoor dat álle data die over de verbinding plaatsvindt, wordt versleuteld. Wordt er dus veel privacygevoelige en geheime informatie over de verbinding wordt verstuurd, dan is versleuteling op een hardwarematig-niveau aan te raden.

Bij hardwarematige encryptie heb je specifieke hardware nodig die de encryptiesleutel verzorgd. Deze beveiligingsvorm is zeer veilig. Als een hacker in deze hardware probeert te komen om te kijken hoe de encryptie precies zit, en hij draait er een schroefje uit, dan wordt de sleutel meteen gewist.

Er zijn ook softwarematige versleutelingsmogelijkheden mogelijk. Een voordeel hiervan is dat het mogelijk is om een selectie te maken tussen data die wel of niet versleuteld moeten worden. Een nadeel van softwarematige-encryptie is dat er steeds meer latency wordt toegevoegd wat een nadelige invloed kan hebben op de snelheid van de verbinding.

Data-encryptie

Bij versleuteling op netwerk-niveau wordt alleen data beschermd die over de verbinding worden gestuurd. Maar data kan ook versleuteld worden op de interne (en externe) opslagsystemen van de organisatie.

Over het algemeen zit er een aparte chip in de server waarop de encryptiesleutel wordt opgeslagen. Zo is de sleutel altijd gescheiden van de harddisk. Alleen als een kwaadwillende én de harddisk heeft, én bij de chip op de server kan, dan zou hij de sleutel kunnen ontcijferen. Dus, mocht een laptop, smartphone of draagbaar opslagmedium verloren of gestolen worden, dan is de informatie op de harde schijf nog steeds veilig.

Om zeker te zijn van optimale bescherming van uw data, is het raadzaam om zoveel mogelijk te versleutelen. Zeker als de data buiten het eigen domein van de organisatie opgeslagen worden, zoals bij een hosting- of storageprovider of in een extern datacenter. De data passeren daarbij verschillende externe leveranciers. Zekerheid alleen geborgd bij volledige encryptie.

The post Maximale beveiliging van data en netwerk met encryptie appeared first on Eurofiber.

]]>
0
Eurofiber <![CDATA[Vijf voordelen van gedegen netwerkregistratie]]> https://www.eurofiber.nl/?p=2919 2016-07-19T07:47:08Z 2016-07-19T07:47:08Z Gedegen netwerkregistratie is van levensbelang. Het is dan ook niet verwonderlijk dat netwerkeigenaren verplicht zijn dit te doen bij het Kadaster. Daar wordt vastgelegd waar de kabels en buizen zich geografisch bevinden. Maar door additionele informatie in een intern registratiesysteem vast te leggen, kan een netwerkleverancier zijn klanten beter bedienen en zijn netwerk beter beheren, […]

The post Vijf voordelen van gedegen netwerkregistratie appeared first on Eurofiber.

]]>

Gedegen netwerkregistratie is van levensbelang. Het is dan ook niet verwonderlijk dat netwerkeigenaren verplicht zijn dit te doen bij het Kadaster. Daar wordt vastgelegd waar de kabels en buizen zich geografisch bevinden. Maar door additionele informatie in een intern registratiesysteem vast te leggen, kan een netwerkleverancier zijn klanten beter bedienen en zijn netwerk beter beheren, stelt Marcel Graumans, teamleider netwerkkwaliteit bij Eurofiber.

Afgegeven doorlooptijden worden gerealiseerd

“Bij een goede registratie hoeft een aannemer niet te zoeken waar het netwerk ligt en hoe het opgebouwd is. Als een netwerkleverancier exact kan aangeven hoe de situatie is en welke werkzaamheden moeten worden verricht, kan een aannemer blind zijn werk doen. Dat betekent dat de afgegeven doorlooptijden vanaf de opdracht tot aan de oplevering eenvoudiger kunnen worden gehaald.”

Automatisering wordt eenvoudiger

“Wanneer de netwerkregistratie van een glasvezelleverancier goed op orde is, wordt het mogelijk om het proces te automatiseren. Het systeem rekent dan automatisch de kortste route uit voor nieuw aan te leggen kabels. Daarvoor is het nodig dat de registratie overeenkomt met de werkelijkheid, want automatiseren kan alleen op basis van real time informatie. Het systeem kan wel naar verschillende alternatieven voor de aanleg kijken. Als er bijvoorbeeld een gestuurde boring (relatief hoge investering) nodig is om onder een weg door te gaan, wordt door het systeem ook gekeken of het kostenefficiënter is om het netwerk met een kleine omweg aan te leggen. Als de registratie in het systeem overeenkomt met de werkelijkheid, is dat allemaal te programmeren en te automatiseren.”

Meer doen met gelijk aantal of minder mensen

“Uit het vorige punt vloeit voort dat als de netwerkregistratie op orde is, werk geautomatiseerd kan worden. Daardoor kunnen experts worden vrijgemaakt voor andere werkzaamheden die de kwaliteit van het netwerk verhogen. Een goede registratie maakt de organisatie van de leverancier schaalbaarder.”

Storingen worden sneller opgelost

“Als zich een verstoring voordoet, kan bij een goede registratie sneller worden gevonden waar die storing zich bevindt. Als in het interne systeem ook de klantgegevens gekoppeld zijn aan de vezels, kunnen op dat moment ook de klanten worden geïnformeerd over de storing en de verwachtte oplostijd. De aannemer kan in het geval van fysieke schade door bijvoorbeeld graafschade in het registratiesysteem ook terugzien hoe de situatie was voor de storing, zodat hij het weer kan terugbrengen in de oorspronkelijke staat. Dat scheelt allemaal veel tijd.”

Door betere communicatie stijgt de klanttevredenheid

“Hoe beter de registratie voor elkaar is, des te minder klanten last hebben van verstoringen en onderhoudswerkzaamheden. In het geval van een incident kunnen de juiste klanten snel worden geïnformeerd, waardoor ze niet onnodig worden lastig gevallen. Bij geplande werkzaamheden worden klanten ook tijdig op de hoogte gesteld en kan de netwerkleverancier rekening houden met redundante verbindingen. Tot slot zorgt een gedegen registratie ervoor dat de verkoopafdeling beter kan calculeren.

The post Vijf voordelen van gedegen netwerkregistratie appeared first on Eurofiber.

]]>
0
Eurofiber <![CDATA[LoRa: Dit kun je ermee]]> https://www.eurofiber.nl/?p=2903 2016-07-18T11:20:12Z 2016-07-11T11:35:57Z De LoRaWAN-standaard is nog jong. Toch worden er in rap tempo verschillende netwerken in ons land opgezet en zijn de ideeën over wat ermee mogelijk is legio. Maar doordat de technologie nog in de kinderschoenen staat, zijn er weinig concrete voorbeelden van toepassingen. We proberen er toch een aantal op een rijtje te zetten. Een […]

The post LoRa: Dit kun je ermee appeared first on Eurofiber.

]]>

De LoRaWAN-standaard is nog jong. Toch worden er in rap tempo verschillende netwerken in ons land opgezet en zijn de ideeën over wat ermee mogelijk is legio. Maar doordat de technologie nog in de kinderschoenen staat, zijn er weinig concrete voorbeelden van toepassingen. We proberen er toch een aantal op een rijtje te zetten.

Een relatief onbekende partij die anderhalf jaar geleden in zes weken een dekkend LoRaWAN in Amsterdam opzette is The Things Network. Het bleef niet bij Amsterdam, inmiddels zijn er zo’n twaalf steden voorzien en wordt er gewerkt aan een gelijknamig netwerk in Utrecht. Zo’n LoRa-netwerk is bij uitstek geschikt voor het Internet of Things (IoT). Het heeft een groot bereik (zo’n 15 kilometer), verbruikt weinig bandbreedte (tussen de 0,3kbps en 50kbps) en heeft daardoor een lange accuduur. Op het Amsterdamse Things Network werd al snel een toepassing gerealiseerd waarbij een vlotter met sensor informatie over een volgelopen boot in de grachten doorgaf aan het bedrijf Hoos-je-Bootje. Amsterdam heeft veel boten en bij regen willen die vaartuigen nog wel eens vollopen en zinken. Met de speciale vlotter wordt er via Hoos-je-Bootje een bericht aan de eigenaar gestuurd met een waarschuwing. De eigenaar kan vervolgens de organisatie opdracht geven om het water uit de boot de hozen.

Robotje van Deloitte

Een andere toepassing is de rijdende sensor van Deloitte (een van de sponsoren van The Things Network in Amsterdam), de Ami (area monitoring instrument). Dit robotje, Ollie genaamd, is ontwikkeld door een aantal HBO-studenten van Hogeschool Windesheim tijdens een IoT-hackathon van Deloitte Digital. Ami meet verschillende waarden in het gebouw waar Deloitte in Amsterdam huist. Zo meten de sensoren van Ami het geluidsniveau en de temperatuur, kan het vuur detecteren en kan het verschillende gassen en hun concentraties in de lucht waarnemen. Deze gegevens worden via LoRa doorgegeven aan een server waarna de data via een webportaal is in te zien.

Nooit meer kinderen kwijt

Twee bedrijven uit Den Haag werken aan een toepassing om kinderen te traceren op het strand van Scheveningen. Aan Tweakers.net lieten de organisaties weten dat ze de Nijntje-palen op het strand willen uitrusten met bluetooth-low-energyzenders. Kinderen krijgen vervolgens een armbandje om dat tijdelijk wordt gekoppeld aan de smartphone van hun ouders. Het is niet nodig om persoonlijke informatie af te geven. De armbandjes werken eigenlijk als een soort iBeacons en communiceren met de zenders op de palen. Deze informatie wordt via LoRa doorgestuurd naar een LoRa-paal in de buurt en van daaruit gaat de informatie via het mobiele netwerk naar de tijdelijk gekoppelde telefoon van de ouders.

Informatie uit de haven

De haven van Amsterdam is een uitgestrekt gebied. Sensoren en detectoren leveren real-time informatie over schepen, objecten en ladingen. Sensoren kunnen bijvoorbeeld schade melden aan havenobjecten of meten wat de bezettingsgraad van een specifieke steiger is. De gehele haven is te groot voor een WiFi-netwerk en 3G-connectiviteit is te duur. Door het plaatsen van LoRa-gateways draagt het Havenbedrijf Amsterdam bij aan The Things Network in de hoofdstad en beschikt het daarmee zelf over een kosteneffectief IoT-netwerk.

Goedkoop, snel en bedrijfszeker netwerk

Zoals gezegd zijn er nog maar weinig concrete toepassingen, maar wemelt het van de ideeën. Zo zou het mogelijk zijn om de gezondheid van koeien bij te houden door sensoren in het dier te stoppen. Deze data kan worden gekoppeld aan informatie over het weer en de melkproductie om meer inzicht te krijgen. Maar ook het meten van de vochtigheid of bodemsamenstelling van landbouwgrond is mogelijk, het aansturen van straatverlichting of het tracken van goederen in een distributiecentrum. Zo denkt Schiphol erover om de vuilnisbakken uit te rusten met sensoren waardoor remote kan worden gekeken of ze vol zijn. Ook het bijhouden van de accustatus van mobiele start- en landingsbaanverlichting via sensoren is iets waar de luchthaven mee bezig is. Alle toepassingen waarbij op een goedkope, snelle en bedrijfszekere wijze sensoren met elkaar gekoppeld moeten worden, zijn mogelijk. De technologie is er, nu is het wachten op de toepassingen.

The post LoRa: Dit kun je ermee appeared first on Eurofiber.

]]>
0
Eurofiber <![CDATA[Wat is LoRa nu eigenlijk?]]> https://www.eurofiber.nl/?p=2870 2016-06-22T08:16:58Z 2016-06-20T07:21:20Z Het Internet of things (IoT) kan een vliegende start maken door het gebruik van LoRaWAN. LoRa is een specificatie voor een telecomnetwerk en is geschikt voor langeafstandscommunicatie met weinig vermogen.

The post Wat is LoRa nu eigenlijk? appeared first on Eurofiber.

]]>

Het Internet of things (IoT) kan een vliegende start maken door het gebruik van LoRaWAN. LoRa is een specificatie voor een telecomnetwerk en is geschikt voor langeafstandscommunicatie met weinig vermogen. Het is uitermate geschikt om data uit te wisselen tussen bijvoorbeeld verschillende objecten, zoals bushokjes, prullenbakken en lantaarnpalen. Eurofiber bouwt samen met The Things Network (TTN) een Internet of Things (IoT) netwerk in Utrecht. TTN wil wereldwijd een open en gratis draadloos netwerk bouwen met behulp van LoRa-technologie. Het doel is ‘overvloedige dataconnectiviteit bieden voor het IoT zodat applicaties en bedrijven kunnen floreren’. 

Met LoRa kunnen allerlei dingen met het internet praten zonder gebruik te hoeven maken van 3G of Wi-Fi. Het batterijverbruik is laag, het bereik is groot en de bandbreedte is beperkt. Oftewel: perfect voor het internet der dingen. Via dit netwerk kan worden gecommuniceerd met draadloze sensoren/actoren waardoor er legio nieuwe toepassingen te bedenken zijn die nu tegen lage kosten ontwikkeld kunnen worden. Enkele voor de hand liggende toepassingen zijn: het lokaliseren van je fiets, huisdier of handtas of het op afstand openen/sluiten van een voederbak, kraan, poort of hek. LoRa staat voor long range en is een specificatie voor een wide-area netwerk (wan). Het is bedoeld voor apparatuur die niet constant een internetverbinding nodig heeft, maar wel af en toe wat data moet doorgeven. Het netwerk heeft een bereik van tussen de 2,5 en vijftien kilometer per mast. De internetsnelheid ligt tussen de 0,3 en 50 kbit/s en de accu gaat bijzonder lang mee.

Veilig

De technologie biedt veilige communicatie in twee richtingen, mobiliteit en locatiediensten. Het belooft naadloze interoperabiliteit tussen slimme dingen zonder dat er lokaal allerlei complexe installaties hoeven plaatsvinden. Dankzij het lage stroomverbruik, lage kosten ten opzichte van andere technologieën en de mogelijkheid om eigen, veilige netwerken aan te leggen, kaneen  LoRa-netwerk (wan) het vliegwiel voor het internet of things (IoT) zijn.

De architectuur van LoRa bestaat uit gateways, netwerkservers en applicatieservers. Er worden radio frequency chips (rfid) gebruikt die een spread spectrum uitzenden. Spread spectrum is een vorm van draadloze communicatie waarbij de energie van het uitgezonden signaal met opzet verspreid wordt over een bepaald frequentiedomein. Zulke signalen hebben een veel grotere bandbreedte dan de informatie die ze bevatten, waardoor een ruisachtig signaal ontstaat dat moeilijk te detecteren of te onderscheppen is. Bovendien is het lastig om een spread spectrum signaal te verstoren met een ander signaal. Door deze eigenschappen is spread spectrum ideaal voor toepassingen en omgevingen waar een grote betrouwbaarheid van het signaal gewenst is.

Beter inzicht

LoRa is bijzonder geschikt voor bijvoorbeeld smart cities. Een gemeente heeft talloze specifieke toepassingen die vaak niet onderling met elkaar verbonden zijn. Parkeermeters, verkeersregelinstallaties, locatiemonitoring voor ambulances, brandweerwagens en politieauto’s, luchtbehandeling in scholen en overheidsgebouwen, publieke voorzieningen en de lijst gaat nog wel even door. Met LoRaWAN hebben gemeenten een goede mogelijkheid om hun talloze IoT-applicaties samen te brengen tegen een betaalbaar tarief. Met alle data die uit LoRa-sensoren komen, gecombineerd met de informatie uit samengevoegde systemen, heeft een gemeente een goed beeld waar de behoefte van de burger ligt en hoe het belastinggeld optimaal kan worden gespendeerd. Zo kunnen ondergrondse afvalcontainers worden uitgerust met sensoren die een seintje geven als de container vol is. De vuilnisdienst kan vervolgens heel gericht en efficiënt de containers legen.

Open IoT-netwerk

Een goed voorbeeld van een LoRa-netwerk is The Things Network in Amsterdam. In de zomer van 2015 werd dit netwerk in anderhalve maand gerealiseerd door middel van crowd sourcing. Het netwerk bestaat uit tien zendmasten die op verschillende plaatsen in de hoofdstad staan opgesteld om zo een dekkend netwerk te krijgen. Het netwerk is opgezet door de gelijknamige organisatie. Zij willen ‘overvloedige dataconnectiviteit bieden voor het IoT, zodat applicaties en bedrijven kunnen floreren’.Belangrijk aan The Things Network is dat het een open netwerk is. De organisatie gelooft dat innovatie zal opbloeien als het netwerk volledig open en gratis is. Het netwerk kan te gelde worden gemaakt door de diensten die erop gedraaid kunnen worden. De organisatie vergelijkt het met een stoep waarop je loopt. Je betaalt niet voor het lopen op die stoep, maar je betaalt voor de lekkere pizza die op straat wordt verkocht. The Things Network is momenteel beschikbaar in 44 steden wereldwijd en wordt steeds verder uitgebreid.

The post Wat is LoRa nu eigenlijk? appeared first on Eurofiber.

]]>
0
Eurofiber <![CDATA[De keuze voor de fysieke infrastructuur]]> http://www.eurofiber.nl/?p=2814 2016-07-18T10:52:50Z 2016-05-24T09:45:25Z Waarom is een ICT-infrastructuur zo belangrijk voor uw organisatie? En welke infrastructuren zijn er eigenlijk? U leest het in dit artikel. Een gedegen digitale netwerkinfrastructuur is het fundament van ieder bedrijf. Zeker nu data en toepassingen zich in toenemende mate buiten het bedrijfspand bevinden is connectiviteit van onschatbare waarde. Is een verbinding niet beschikbaar, kan dat […]

The post De keuze voor de fysieke infrastructuur appeared first on Eurofiber.

]]>

Waarom is een ICT-infrastructuur zo belangrijk voor uw organisatie? En welke infrastructuren zijn er eigenlijk? U leest het in dit artikel.

Een gedegen digitale netwerkinfrastructuur is het fundament van ieder bedrijf. Zeker nu data en toepassingen zich in toenemende mate buiten het bedrijfspand bevinden is connectiviteit van onschatbare waarde. Is een verbinding niet beschikbaar, kan dat al gauw een schadepost voor de onderneming betekenen of imagoschade opleveren.

Waar het netwerk voor gebruikt wordt, bepaalt voor een groot deel de keuze in infrastructuur. Heeft u een organisatie waar veel met privacygevoelige gegevens en bedrijfskritische systemen wordt gewerkt? Dan zijn een hoge beschikbaarheid en betrouwbaarheid van cruciaal belang. Twin-datacenters die data synchroon repliceren vragen een andere infrastructuur dan wanneer u alleen behoefte heeft aan internettoegang en IP-telefonie.

Verschillende fysieke ICT-infrastructuren uitgelegd

Er bestaat niet één ICT-infrastructuur, de mogelijkheden zijn enorm. Hieronder lichten we een aantal opties toe, zodat u een idee krijgt welke verbinding voor u geschikt zou kunnen zijn.

  1. Dark fiber betekent onbelichte glasvezel. Met dark fiber zullen organisaties zelf belichtingsapparatuur plaatsen op hun verbinding. Dit type verbinding wordt vaak gebruikt om enorme hoeveelheden data, tot 100 Gb/s of meer, te transporteren waarbij organisaties zelf bepalen wat de bandbreedte wordt.
  1. DWDM staat voor Dense Wavelenght Division Multiplexing. DWDM kan worden gebruikt voor alle datacommunicatieprotocollen, zoals Ethernet, Fiber Channel, SDH en niet-gecomprimeerde video. Elke dienst gaat over een eigen lichtpad, wat WDM zeer veilig maakt. De combinatie van WDM-technologie en glasvezel maakt snelheden tot 1,6 Tb/s mogelijk waarmee organisaties voldoende datatransportcapaciteit hebben voor de meest veeleisende toepassingen.
  1. Ethernet technologie wordt al jaren gebruikt om kantoren, medewerkers en datacenters veilig met elkaar te verbinden. Op basis van het ethernet protocol kan een virtueel privé netwerk worden ingericht voor het veilig transporteren van ICT-diensten zoals internet, telefonie en video. In combinatie met glasvezel kunnen er snelheden tot 5 Gb/s worden gerealiseerd.
  1. Coax, ook wel kabel genoemd, wordt vooral gebruikt voor internet, televisie en radio en telefonie in de consumentenmarkt. Het aantal kabelaanbieders per regio is meestal maar één, waardoor organisaties beperkte keuze hebben.
  1. DSL staat voor Digital Subscriber Line. DSL heeft in tegenstelling tot glasvezel niet standaard symmetrische bandbreedtes en kan maximaal snelheden tot 50 Mb/s (VDSL) realiseren. DSL wordt veelal gebruikt door kleine en middelgrote organisaties.

De juiste keuze voor uw organisatie

Met het oog op veiligheid is een Managed Dark Fiber verbinding de beste keuze voor uw ICT-infrastructuur. Een volledig eigen buis is natuurlijk de meest veilige optie. Een belangrijke voorwaarde is dan wel dat kennis en expertise in de organisatie aanwezig zijn voor de belichting van de vezel. Is die kennis niet voorhanden, dan is DWDM een goede keuze. Een telecomleverancier levert in dat geval naast een onbelichte vezel ook de belichtingsapparatuur, maar in beide gevallen zorgt de netwerkleverancier voor het beheer en het onderhoud.

Twijfelt u tussen DWDM en ethernet? Kijk dan naar de benodigde bandbreedte. Heeft u een hoge bandbreedte nodig, kies dan voor DWDM. Heeft u uw ICT-omgeving gecentraliseerd en is er dus een verbinding nodig om gebruikers met de ICT-omgeving te verbinden, dan is een ethernet-verbinding noodzakelijk.

Tot slot

Belangrijk is dat privacygevoelige data bij voorkeur niet via het publieke internet worden getransporteerd. Dit omdat het publieke internet hackers vele mogelijkheden biedt om data te onderscheppen. Welke keuze uw organisatie het beste kan maken, is dus afhankelijk van de toepassing van de verbinding.Banner infrastructuur

The post De keuze voor de fysieke infrastructuur appeared first on Eurofiber.

]]>
0
Eurofiber <![CDATA[In 6 stappen naar redundantie]]> http://www.eurofiber.nl/?p=2804 2016-07-18T10:55:33Z 2016-05-19T08:31:40Z Redundantie is cruciaal voor de beschikbaarheid van netwerken en IT-systemen. In de huidige economie zijn de schadeposten fors bij uitval van applicaties, data en systemen. Hoe bereik je de ultieme redundantie? 1. Zorg voor fysiek gescheiden infrastructuur De noodzaak voor een redundante fysieke infrastructuur wordt nogal eens onderschat. Veel organisaties gaan er, vaak ten onrechte, […]

The post In 6 stappen naar redundantie appeared first on Eurofiber.

]]>

Redundantie is cruciaal voor de beschikbaarheid van netwerken en IT-systemen. In de huidige economie zijn de schadeposten fors bij uitval van applicaties, data en systemen. Hoe bereik je de ultieme redundantie?

1. Zorg voor fysiek gescheiden infrastructuur

De noodzaak voor een redundante fysieke infrastructuur wordt nogal eens onderschat. Veel organisaties gaan er, vaak ten onrechte, vanuit dat er door gebruik te maken van twee verschillende infrastructuurleveranciers automatisch sprake is van redundantie. Wat ze zich daarbij niet realiseren is dat de verbindingen van die leveranciers best eens in dezelfde geul kunnen liggen. De kans dat beide verbindingen beschadigd raken door graafschade of een andere calamiteit wordt daarmee groter dan wanneer de infrastructuren daadwerkelijk volledig fysiek van elkaar gescheiden zijn. Ook bestaat het risico dat de twee verschillende leveranciers op hetzelfde moment onderhoud aan de verbinding plegen, waardoor de verbinding tijdelijk moet worden onderbroken.

2. Voer actieve netwerkapparatuur dubbel uit

Redundantie wordt bereikt door het dupliceren van componenten zodat er een back-up beschikbaar is wanneer er iets uitvalt. Bij uitval van een van de componenten worden de activiteiten naadloos door een andere component overgenomen. Als een organisatie kiest voor een redundante infrastructuur en een twin datacenter met synchrone replicatie toepast (waarbij het ene datacenter dus zou kunnen uitvallen en het andere het dan automatisch overneemt), is het noodzakelijk om ook de netwerkswitches en routers dubbel uit te voeren. Als dat niet gebeurt, vormt de actieve netwerkapparatuur het single point of failure.

Ook de hardware in de IT-omgeving kan dubbel worden uitgevoerd. Voor servers zijn er hot-swappable componenten beschikbaar (waar bij vervangen van componenten de computer niet hoeft te worden uitgeschakeld). Opslagschijven kunnen zo worden geconfigureerd dat data wordt verspreid over meerdere drives, zoals bij het gebruik van RAID. In zulke gevallen gaat de data niet verloren als er een schijf uitvalt. Servers kunnen worden geclusterd en er kan gebruik worden gemaakt van load balancing. Ook is virtualisatie een goede manier om te zorgen voor redundantie.

3. Zorg voor fail-over procedures

Componenten kunnen redundant worden uitgevoerd en kunnen door middel van redundantieprotocollen elkaars activiteiten overnemen. Tijdens het inregelen van redundantie is het belangrijk om dit te testen door het simuleren van de mogelijke fouten in een netwerk, zodat de fail-over goed wordt getest. Het is zaak om in kaart te brengen wat de meest voorkomende fouten zijn waarop de apparatuur moet reageren. Bovendien moet worden vastgelegd hoe fouten worden gerapporteerd naar een managementsysteem, zodat storingen kunnen worden opgelost en fouten kunnen worden hersteld.

4. Voer overige randapparatuur eveneens dubbel uit

Een computerruimte maakt gebruik van koeling, energie en andere systemen. Ook deze systemen moeten dubbel worden uitgevoerd om optimale redundantie te bereiken. Dat betekent dat de stroomvoorziening aangesloten moet zijn op een UPS (een batterij die de stroomlevering overneemt tijdens het opstarten van het noodstroomaggregaat) en noodstroomaggregaat die mogelijk nog een back-up heeft. Op die manier kan een organisatie stroomuitval doorstaan zonder uitval van de IT-systemen.

5. Voer het datacenter dubbel uit

Een twin datacenter met synchrone replicatie is de ultieme vorm van redundantie. Twee volledig gelijke IT-omgevingen, in geografisch gescheiden datacenter locaties ondergebracht, die de data direct synchroniseren. De gebruikers ondervinden bij een storing in een van de datacenters geen verlies van belangrijke gegevens en merken niets van de uitval. Het andere datacenter neemt de workload namelijk geruisloos over. Uiteraard hoort tussen de beide datacenters een fysiek gescheiden infrastructuur te lopen voor optimale redundantie.

6. Bekijk de redundantie van het externe datacenter

Het Uptime Institute heeft een tier-normering bepaald voor datacenters die iets zegt over de beschikbaarheid en maximale downtime. In die normering ligt de redundantie van de apparatuur van het datacenter verscholen. Zo beschikken tier-1 en tier-2 datacenters niet over redundant uitgevoerde apparatuur. Bij een tier-3 datacenter is alle apparatuur (koeling, noodstroomaggregaat, UPS’en) redundant uitgevoerd. De beschikbaarheid is 99,982 procent waarbij de maximale downtime 1,6 uur per jaar bedraagt. Een tier-4 datacenter heeft alle apparatuur standaard dubbel uitgevoerd en daarnaast ook nog eens gebackupt, waardoor een beschikbaarheid van 99,995 gegarandeerd kan worden met een maximale downtime van 0,8 uur per jaar.

Niet voor iedere organisatie is optimale redundantie noodzakelijk. Hoe dat voor uw organisatie is, is afhankelijk van hoeveel downtime kost voor uw bedrijf. Hoeveel medewerkers kunnen hun werk niet doen, hoeveel klanten kunnen niet geholpen worden, hoeveel omzet loopt het bedrijf mis, wat betekent downtime voor de reputatie van de onderneming, kunnen er schadeclaims worden verwacht? Deze risico-inschatting bepaalt uiteindelijk hoe belangrijk redundantie voor een organisatie is.

The post In 6 stappen naar redundantie appeared first on Eurofiber.

]]>
0
Eurofiber <![CDATA[Hoe Eurofiber zijn netwerk beheert en onderhoudt]]> http://www.eurofiber.nl/?p=2726 2016-04-26T15:16:07Z 2016-04-20T12:35:30Z Als ik probeer in te loggen op het bedrijfsnetwerk, krijg ik een melding in mijn scherm waaruit ik kan opmaken dat de systemen er vooralsnog geen zin in hebben. Meerdere collega’s om me heen beginnen onrustig hun bureau op te ruimen of voor de derde keer koffie te halen. Niet lang na mijn inlogpoging horen […]

The post Hoe Eurofiber zijn netwerk beheert en onderhoudt appeared first on Eurofiber.

]]>

Als ik probeer in te loggen op het bedrijfsnetwerk, krijg ik een melding in mijn scherm waaruit ik kan opmaken dat de systemen er vooralsnog geen zin in hebben. Meerdere collega’s om me heen beginnen onrustig hun bureau op te ruimen of voor de derde keer koffie te halen. Niet lang na mijn inlogpoging horen we dat een breuk in de fysieke glasvezelverbinding die onze organisatie met de rest van de wereld verbindt, de oorzaak is van onze isolatie.

Nieuwsgierig geworden naar de voor mij onbekende wereld achter de toegang tot het wereldwijde web, maak ik een afspraak met Pieter van Genderen, teamleider Network Monitoring Center bij Eurofiber. Het ‘Network Monitoring Center’ – de afdeling die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van het glasvezelnetwerk van Eurofiber – is gevestigd in een grote grijze loods die vanaf de weg niet opvalt. Nadat mijn navigatiesysteem voor de derde keer dringend te kennen heeft gegeven dat ik toch echt mijn bestemming heb bereikt, druk ik op de bel die voor een groot en hoog hek staat. Door het oog van een camera vermoed ik een strenge bewaker die me ongezien aan een inspectie onderwerpt. Ik noem mijn naam en het vervaarlijk uitziende hek gaat met een klik open. Nadat ik mijn auto heb geparkeerd, volgen nog een aantal security checks. “Onze afdelingen zijn gevestigd in een datacenter, daarom is de beveiliging zo streng”, legt Pieter van Genderen glimlachend uit als ik hem even later de hand schud.

Levend organisme

Hij loodst me door het pand naar een ruimte die voor mijn gevoel het midden houdt tussen een beursvloer en de space control room in Houston. Aan de muur hangen schermen die allemaal kaarten, lijnen, getallen en groene en een paar rode meldingen laten zien. Achter de bureaus zitten voornamelijk mannen die druk bezig zijn op meerdere beeldschermen die voor hun neus staan. Iemand zit druk te bellen, terwijl een ander op een drafje de ruimte verlaat. Ik krijg het gevoel in het zenuwcentrum te staan van het internet. Dat klopt ook wel een beetje, zegt Pieter. “Een netwerk moet je zien als een levend organisme, dat heeft voortdurend onderhoud nodig. Er kunnen onderdelen kapot gaan of verouderen. Ook kan het voorkomen dat er door een externe invloed iets gebeurt waardoor ons glasvezelnetwerk niet meer werkt. Bijvoorbeeld als er buiten graafwerkzaamheden plaatsvinden en een graafmachine per ongeluk door een kabel graaft. Of doordat er klanten in een handhole worden aangesloten.” Ik kijk hem vragend aan. “Een handhole is een afgesloten kist onder de grond waar glasvezelkabels bij elkaar komen, aan elkaar worden gelast”, legt hij uit. “We hebben bijna twintigduizend kilometer netwerk in Nederland liggen, maar er zijn nauwelijks kabels van die lengte, dus je moet kabels van kortere lengte ergens met elkaar verbinden. Ook worden handholes gebruikt om klanten op ons netwerk aan te sluiten.” Ah, realiseer ik me, dus de kabel die naar het bedrijf ligt waar ik werk, wordt via zo’n handhole verbonden aan het corenetwerk.

Gelaagd netwerk

Als ik op het netwerk van mijn werk inlog, legt Pieter uit, dan gaat dat over meerdere lagen. “De eerste laag is de fysieke infrastructuur, het glasvezelnetwerk. De tweede laag bestaat uit ethernet switches (apparatuur), en daarop kunnen verschillende protocollen draaien.” Ik kan me voorstellen dat er in alle lagen mogelijke risico’s op storingen of onderbrekingen schuilen en vraag Pieter hoe zijn team ervoor zorgt dat er zo min mogelijk incidenten zijn. Hij wijst naar een groot scherm in de hoek van de controlekamer waarop het gehele netwerk van Eurofiber met grotendeels groene lijnen is ingetekend op de plattegrond van Nederland. Hier en daar kleurt een lijntje rood. “Doordat we heel goed hebben geregistreerd waar ons netwerk ligt, hebben we nu een goed overzicht. Op het moment dat er graafwerkzaamheden plaatsvinden, kunnen we van tevoren aannemers waarschuwen dat ons netwerk daar ligt. Als we niet weten dat er ergens gegraven wordt en er wordt een kabel geraakt, zien we dat direct op dit scherm.” Hoe weet dat scherm dat dan? Pieter legt uit dat lichtpulsen die via een glasvezel worden getransporteerd altijd onderhevig zijn aan demping. “Als deze demping te hoog wordt, bijvoorbeeld omdat er een kabel bekneld ligt, schieten de dempingswaarden buiten de door ons ingestelde tolerantiegrenzen. Het dempingsniveau van ons core netwerk meten we via een remote fiber test systeem. Als de weerstand ergens afwijkt van de verwachting, wordt het lijntje op het scherm rood en gaan er toeters en bellen af. Volgens de dienstverleningsafspraken die we met klanten hebben gemaakt, SLA’s, hebben we dan exact acht uur de tijd om het op te lossen. Doordat we precies weten waar de storing is, kunnen we onze aannemers heel gericht aansturen.” Dat gaat allemaal over de fysieke glasvezelkabels, maar de ethernet switches die bij klanten opgesteld staan (een dienst die Eurofiber Ethernet noemt), worden continu gemonitord, waardoor een storing direct zichtbaar is. “Deze storingen kunnen in de meeste gevallen ook op afstand worden opgelost door in te loggen op de apparatuur.”

Gepland onderhoud

Dan hebben we het dus over incidenten, zaken die niet van tevoren te voorzien zijn. Hoe werkt dat eigenlijk met onderhoud? Dat kun je immers plannen? En kunnen klanten, zoals het bedrijf waar ik werk, dan nog wel werken? Pieter glimlacht en zegt: “Daarom voeren we onderhoud altijd ’s nachts uit, want we willen niet dat onze klanten er last van hebben. Natuurlijk willen onze klanten helemaal niet dat een verbinding eruit ligt, maar soms kan het niet anders, omdat onderhoud nou eenmaal noodzakelijk is. Dat is de paradox tussen een goed netwerk aanleggen en onderhouden en nooit uitval hebben. Dat kan nou eenmaal niet, onderhoud is noodzakelijk voor de kwaliteit van het netwerk en daar kunnen klanten soms last van hebben. We proberen dat natuurlijk wel tot een minimum te beperken.” Als ik vraag hoe ze dat doen, zie ik dat een van de mannen die dichtbij ons achter zijn bureau zit, begint te grijnzen. Pieter vangt zijn blik, wijst en zegt: “Daar komt het customer operations center om de hoek kijken. Zij zijn de schakel met onze klanten en zorgen dat het onderhoud zoveel mogelijk in overleg met hen plaatsvindt. Ook voor alle andere voorkomende zaken zijn, zoals het aansluiten van nieuwe klanten, zijn zij het aanspreekpunt voor onze klanten.” Ik knik de man toe en richt mijn blik dan met een frons weer op Pieter. “Hoe gebeurt dat aansluiten eigenlijk?”, vraag ik.

Gecertificeerde engineers

Pieter neemt me mee naar een grote handhole die staat opgesteld. Het ziet eruit als een grote bak met een boel kabels. Voor leken zoals ik staat er een vitrinekast naast de handhole die de verschillende soorten kabels en glasvezels laat zien. En bovenop de handhole is een paaltje met een soort flappen bevestigd. Pieter flipt behendig door de verschillende tabs, in sommige zit niets, in andere zitten heel dunne, gekleurde draadjes, soms voorzien van stickertjes met een cijfer. “Dit is een lascassette, die wordt beschermd door een waterdichte beschermkap, dat geheel noemen we een lasmof”, verduidelijkt hij. In deze tabs worden de uiteinden van de twee kabels aan elkaar gelast. Dat is onder meer wat er ’s nachts gebeurt tijdens werkzaamheden. “We besteden dit specialistische laswerk uit aan aannemers. Zij zorgen voor het verbinden van de kabels, maar dat moet wel gebeuren in een droge omgeving. Om te zorgen dat ze ook bij regen kunnen werken, zetten ze hun werkbus zo dicht mogelijk bij de plek waar de handhole in de grond zit, halen de lasmof eruit en zetten hem in hun bus om zo droog te kunnen werken.” Dat betekent wel dat er voldoende overlengte in de kabel moet zijn, om die afstand te overbruggen, vertelt Pieter. En het zijn niet altijd ideale werkomstandigheden, want de lassers werken altijd bij kunstlicht. Ik kijk naar de kleurrijke glasvezelkabel in de vitrine. “Hoe kunnen ze in zo’n donker busje al die verschillende kleuren onderscheiden?”, vraag ik. “Dat is inderdaad moeilijk en gaat soms mis”, zegt Pieter. “Maar we hebben een goed meldingssysteem, waardoor we fouten vaak snel kunnen opsporen. Alle mensen, zowel eigen medewerkers als medewerkers bij onze aannemers, die aan ons netwerk werken, zijn gecertificeerd. Zij moeten zich aanmelden in een systeem en aangeven welke werkzaamheden ze waar en wanneer uitvoeren. Daarnaast hebben ze een meldingsplicht als ze zaken aantreffen die niet kloppen en een risico vormen voor ons netwerk.”

Begrip voor files

Als ik afscheid neem van Pieter, mijn pasje inlever en het hoge hek weer uitrijd, duizelt het me. Achter die simpele druk op de knop waarmee mijn browser opent en ik contact maak met het bedrijfsnetwerk, zit een enorme fysieke infrastructuur van kabels, routers en switches. Wat een hels karwei is het om die twintigduizend kilometer netwerk te onderhouden en beheren. Ik begrijp ineens een stuk beter dat er soms, ergens op die enorme digitale snelweg wel eens een file ontstaat. En met dat in gedachten draai ik met een glimlach de A27 op, de file in.

‘Onderhoud is noodzakelijk voor de kwaliteit van het netwerk’

The post Hoe Eurofiber zijn netwerk beheert en onderhoudt appeared first on Eurofiber.

]]>
1