#

Concurrentie zorgt voor innovatie

Steeds meer aanbieders van breedbandnetwerken claimen tegenwoordig een ‘open netwerk’ te hebben. Wat zij daaronder verstaan, verschilt echter nogal. Dat maakt het lastig om te bepalen of het aanbod ook daadwerkelijk aan de gestelde eisen voldoet. Daarom beantwoordt Lex Wils, Manager Business Development bij Eurofiber, de negen essentiële vragen over het nut van open netwerken.

Wat is een open netwerk nu precies?

Een open netwerk betekent dat de fysieke infrastructuur gescheiden is van de diensten die erop kunnen worden aangeboden. Dat wil zeggen dat andere dienstenleveranciers (ook) gebruik kunnen maken van het netwerk en dat de netwerkleverancier het netwerk voor andere dienstenleveranciers openstelt.

Waarom is dat zo belangrijk?

Het aanleggen van een netwerk is een (hoge) investering die over een langere termijn moet worden terugverdiend. De dienstenwereld daarentegen verandert heel snel. Dat betekent dat dienstenleveranciers niet hoeven te investeren in een eigen netwerk, omdat zij gebruik kunnen maken van een bestaand netwerk. Het daarmee uitgespaarde geld kan worden gestoken in R&D en innovatie. Daarnaast betekent een open netwerk dat er ook gebieden die minder toegankelijk zijn voor één leverancier, eerder bediend kunnen worden. Er kan dan immers een combinatie worden gemaakt van de verschillende netwerkwensen in een gebied. Op een open netwerk kunnen zowel bedrijven, als GSM-masten en eventueel bruggen en sluizen worden aangesloten. In een gesloten model moet één leverancier de locatie van een nieuwe klant op zijn netwerk aansluiten. Echter, wanneer die klant wisselt van aanbieder, moet die nieuwe aanbieder weer een nieuwe, eigen netwerkaansluiting bouwen. Dat is verre van efficiënt.

Wat is het voordeel van een open netwerk?

Keuzevrijheid in diensten, prijs en kwaliteitsgarantie en innovatie door de aanwezigheid van concurrentie. Bij een gesloten netwerk, waarbij de infrastructuur en de diensten door één aanbieder worden geleverd, is er geen keuze. Valt de keuze op een andere leverancier, dan wordt men vaak eerst afgesloten. Of er wordt dubbel betaald, voordat de nieuwe aanbieder de klant kan aansluiten.

Ook is men afhankelijk van het dienstenaanbod van de leverancier en kan men alleen kiezen uit zijn specifieke aanbod. Terwijl de wereld, zeker op het gebied van connectiviteit en diensten, zoveel groter is. Bij een open netwerk hoeft men niet te wachten tot de leverancier eindelijk gaat investeren in R&D en kunnen alle beschikbare diensten afgenomen worden. Als er meerdere dienstenleveranciers zijn, komt de marktwerking van vraag en aanbod om de hoek kijken en dat heeft altijd een gunstige invloed op de dienstverlening voor de klant. Een dienstenleverancier weet dan namelijk dat een klant relatief eenvoudig kan overstappen naar een concurrent. Dat geeft de prikkel om zijn dienstverlening optimaal in te richten. Alle aandacht ligt op de dienst van die aanbieder. Dat kan ook, omdat hij zich niet hoeft te bekommeren om extensief onderhoud en beheer. Dat levert weer innovatie op.

Heeft de klant ook keuzevrijheid op infrastructuurniveau?

Ja, bij een goede netwerkprovider kan men zelf kiezen op welk niveau men in wil stappen. Zo kan men alleen een dark fiber (onbelichte glasvezel) afnemen, maar kan er ook gekozen worden voor DWDM, Ethernet of voor IP. Wat een klant kiest, ligt helemaal aan zijn eigen specifieke wensen en behoeften.

Waarom kiezen voor een open netwerk?

Innovatie gaat erg snel. Alleen daarom al is het onverstandig om de eigen innovatiemogelijkheden in handen te leggen van een partij met een gesloten netwerk. De keuze voor een breedbandnetwerk is niet gebaseerd op het hier en nu, maar op basis van de toekomst en de technologische ontwikkelingen en innovaties die het met zich meebrengt. In de dienstenwereld volgen de innovaties elkaar zo snel op dat we nu al weten dat de keuze die vandaag geboden wordt, over twee jaar achterhaald is. Men moet snel kunnen overstappen en vernieuwen indien dat nodig is. Dan is de flexibiliteit van een slim en open netwerk nodig.

Kan ons land niet naar één centraal open netwerk toe?

Het lijkt logisch, maar dat werkt innovatie tegen. Concurrentie zorgt ervoor dat organisaties blijven ontwikkelen en innoveren. Dat geldt ook op het gebied van infrastructuur. Daarnaast is het geen garantie dat de overheid zo’n centraal netwerk goed kan aanleggen en beheren. Je wilt niet dat onderhoud aan een glasvezelnetwerk waar de gehele Nederlandse maatschappij van afhankelijk is, uitgesteld wordt, omdat er even geen geld is of omdat er om electorale redenen even een andere prioriteit is. Het is belangrijk dat er stappen worden genomen als er vraag is en niet op het moment dat er geld beschikbaar is.

Kent een open netwerk ook nadelen?

Een open netwerk is geen ‘one stop shop’. Dat betekent dat een klant in sommige gevallen meerdere facturen krijgt, voor zowel de fysieke infrastructuur als de diensten. Niet voor iedere organisatie is dat duidelijk. De keuzevrijheid en onafhankelijkheid betekenen ook dat er niet altijd één aanspreekpunt is, waardoor het voor organisaties niet altijd direct duidelijk is wie zij moeten bellen in geval van een storing. Aan de andere kant werken veel netwerkleveranciers nauw samen met partners, als oplossing voor de ‘one stop shop’-wens van klanten. Vergelijk het maar met de energiemarkt. Daar sluit u een contract af bij een energieleverancier die u vervolgens een factuur stuurt, waarop ook een gedeelte wordt berekend voor het gebruik van de fysieke infrastructuur om de energie naar het huis of bedrijf te krijgen (het vastrecht).

Betekent een open netwerk dat ik zelf verantwoordelijk ben voor het beheer ervan?

Nee, beheer en onderhoud van een glasvezelnetwerk is specialistisch werk en wordt door de eigenaar van dat netwerk zelf gedaan. Een klant maakt daarover SLA-afspraken met de netwerkleverancier. De mate van beheer ligt ook aan wat de klant afneemt. Als hij dark fiber afneemt die hij vervolgens zelf belicht, wordt alleen het fysieke netwerk onderhouden. Als een klant ook een dienst als Ethernet afneemt, dan wordt daarnaast ook deze apparatuur onderhouden.

Is een open netwerk eenvoudiger te hacken?

Gelukkig niet. De term ‘open’ zegt alleen iets over de manier waarop het netwerk wordt aangeboden aan de markt. Het betekent dat het netwerk wordt opengesteld voor diensten van concurrenten of partners. Het is belangrijk dat het glasvezelnetwerk zelf ‘state of the art’ is, volledig ondergronds ligt en gemonitord wordt, om bijvoorbeeld proactief storing te signaleren of om te signaleren of er geen ongeautoriseerde taps worden gezet.

Geen ongeautoriseerde taps? Zijn er ook geautoriseerde taps dan?

Sommige taps zijn verplicht vanuit de overheid. Als de overheid valide redenen heeft om het internetverkeer van iemand af te willen tappen (omdat diegene bijvoorbeeld wordt verdacht van illegale activiteiten), dan moeten netwerkleveranciers daar gehoor aan geven. Dat geldt alleen voor leveranciers die daadwerkelijk internettoegang leveren. Leveranciers die alleen een fysiek netwerk exploiteren, vallen niet onder die regels.

laat reacties zien

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *